Skip to main content

Zo maak je de mooiste pretpark foto’s | Deel 1

Het is je vast wel eens opgevallen. Bezoekers van een pretpark hebben vaak veel dingen gemeen. Zo heeft het merendeel een veelte grote tas bij zich met eten en drinken om een week vooruit te kunnen. Opvallend ook is dat héél veel mensen foto’s maken in een pretpark en er daarom bovengemiddeld veel mensen met een camera lopen. Ben jij nou ook diegene die altijd zijn camera meeneemt? Van kleine compact camera tot grote DSRL. Deze blog is voor jou!

 

Lees ook: 7 herkenbare dingen voor een pretpark gekkie

Intro

Ik focus mij al jarenlang op pretpark / themapark fotografie en wil graag mijn tips met jou delen. Ik denk dat iedereen het in zich heeft om de mooiste foto’s te maken in een pretpark waarvan iedereen van onder de indruk is! In dit eerste deel van deze blog serie neem ik je mee in de basis. Welke standen zitten er op je camera en waarom gebruiken we deze? Uiteindelijk gaan we hoe dan ook afstappen van de automatische stand. Dit doen we zodat je uiteindelijk meer invloed krijgt op het eindresultaat van de foto. Weetje wat ontzettend tof is? Jouw camera kan met je meedenken zodat jullie samen aan het juiste eind trekken. Zo maken jullie samen de mooiste foto’s in een pretpark.

Ik heb mijn camera altijd bij me als ik naar een pretpark ga!

Kiekje of plaat

Ik ga je niet vertellen wat goed of fout is. Er zijn verschillende fotografische regels en standaarden. Daarnaast is fotografie ook grotendeels smaak en emotie. Voel je daarom vrij om deze regels te doorbreken en je eigen stijl te ontwikkelen. Echter is er wel een verschil tussen een kiekje en een foto. Iedereen hangt daar zijn eigen waarde aan. Voor mij geldt: Een foto is een doordacht genomen plaat waarbij de fotograaf heeft nagedacht over verschillende technische aspecten om het onderwerp zo mooi mogelijk in beeld te brengen. Een kiekje daar in tegen is een ‘registratie’ zonder doordachtheid gemaakt is.

De belichtingsdriehoek en standen op je camera

Een foto bouw je op uit 3 variabelen. De juiste combinatie tussen die 3 variabelen heeft als uitkomst een perfect belichte foto. Als je deze combinatie niet goed gemaakt hebt dan is een veel te lichte of donkere foto een mogelijkheid. Dan gaan er helaas details verloren die je soms met moeite of helemaal niet meer recht kunt trekken. Zoals je ziet is het plaatje hieronder een gelijkzijdige driehoek. Elke punt wijst een van de 3 variabelen aan. Kort door de bocht houd dit in dat wanneer je 1 van deze 3 instellingen veranderd er op de andere 2 hoeken ook iets zal moeten gebeuren om de driehoek weer gelijkzijdig te krijgen. Die 3 variabelen ga ik hieronder uitleggen. Laat je nog niet afschrikken hoor! Het is niet zo moeilijk als je denkt, Uiteindelijk hoef je niet perse alle 3 de instellingen zelf te regelen. Je camera kan je daar ook een handje mee helpen. Hoe dat zit leg ik een stukje verder uit.

Belichtingsdriehoek fotografie

bron: Photofacts.nl

Diafragma

Het diafragma van je camera is eigenlijk als het pupil in je ogen. Hoe groter je pupil hoe meer licht je ogen opvangen. Zo werkt dat in je camera ook. Deze instelling word aangeduid met het F. getal. Het enige dat een beetje vreemd is aan dit verhaal is dat hoe groter de opening hoe kleiner het getal. F2.8 is dus een hele grote opening van je diafragma zodat je camera véél licht kan opvangen in een keer. Handig dus voor bijvoorbeeld donkere situaties. F16 daar in tegen is dan een hele kleine opening waar maar weinig licht doorheen komt.

Nog een belangrijk onderdeel aan het diafragma is scherpte diepte. Bij een groot diafragma en dus een klein F getal is er maar een klein deel van je foto dat scherp kan zijn. Dit kan zorgen voor bijvoorbeeld een mooie onscherpe achtergrond waardoor je hoofdonderwerp er goed uit springt. Het is wel van belang dat je op het juiste onderwerp scherp stelt. Bij een groot diafragma kan het zomaar zijn dat je de scherpte net mist bij het belangrijkste punt. Bij een kleiner diafragma en dus een hoger F getal kan je weer zorgen dat er meer delen van je foto scherp zijn. Dit is iets om in je achterhoofd te houden.

Lees ook: Mijn pretpark plannen vallen in het water

 

Sluitertijd

De sluitertijd bepaald hoelang de sensor van je camera belicht word. Dit word aangeduid in eenheden als bijvoorbeeld 1/100. Dit betekent dat je sensor 1 honderdste van een seconde belicht word. Maar je sluitertijd kan ook bijvoorbeeld 1/2000 of zelfs enkele seconden zijn. Je kunt daarom stellen: Hoe sneller je sluitertijd hoe sneller je iets bevriest. Dat is bijvoorbeeld handig bij het fotograferen van een bewegende achtbaan. Bij een te lange sluitertijd kan het zijn dat het karretje van die achtbaan onscherp wordt en dat je het onderwerp dus niet bevroren hebt. Als laatste bespreek ik een aantal van mijn eigen foto’s. Daar komt dit ook in terug mocht het nog niet helemaal duidelijk zijn.

 

ISO

De ISO van je camera bepaald hoe lichtgevoelig je sensor is. De meeste camera’s hebben de laagste waarde van ISO 100. Hoe hoger je je ISO waarde zet hoe meer licht deze vangt. Dit klinkt ideaal maar er zit helaas een groot nadeel aan. Hoe hoger je ISO hoe meer kans op ruis je hebt in je foto. Ruis zijn die korreltjes die je vaker ziet bij donkere foto’s. Hoe hoog de ISO op jouw camera kan totdat je (negatief) last krijgt van ruis verschilt per model. Mijn advies daarom is ook om even op zoek te gaan naar ISO reviews van jouw model camera.

Een klein spiekbriefje!
Bron: Photofacts.nl

Camera standen en waarom zijn deze handig?

Je hebt verschillende standen op je camera. Waarschijnlijk maak jij het meest gebruik van de automatische stand. Je camera bepaald daarin alle 3 de variabelen die we hierboven behandeld hebben. Dit doet jouw camera om de perfecte belichting te maken. Vet handig natuurlijk maar helaas heb jij daardoor geen invloed op het eindresultaat van je foto. Gelukkig heeft je camera meerdere standen waarin jij invloed krijgt op 1 of meerdere variabelen. Hieronder zal ik er 3 benoemen inclusief redenen waarom je deze het beste kunt gebruiken. Als laatste zal ik enkele voorbeelden van mijn foto’s plaatsen en vertellen welke instellingen ik heb gebruikt en waarom.

Camera standen wieltje

Draai aan het wieltje om tussen verschillende standen te switchen.

diafragma voorkeuze

Je camera heeft een diafragma voorkeuze stand. Veelal word dit aangegeven op je wieltje als de AV- of A stand. Het voordeel van deze camera stand is dat jij bepaald of je diafragma groot is (klein F getal) of een klein diafragma (groot F getal). Hierdoor krijg jij dus de macht en kun je zelf bepalen of je een onscherpe voorgrond- of achtergrond krijgt. Je camera bepaald in dit geval je sluitertijd en je ISO. Dit kan bijvoorbeeld erg handig zijn als je een foto van een stilstaand object / persoon maakt. Door die onscherpe voorgrond of achtergrond kun je je onderwerp er echt laten uitspringen. Denk bijvoorbeeld aan een sprookje in het sprookjesbos. Het onderwerp is scherp maar de bladeren op de achtergrond zorgen voor een mooie onscherpe zachte deken over je foto. Op deze manier geef je al een extra touch aan je pretpark foto’s

 

Sluitertijd voorkeuze

Je kunt ook kiezen voor de sluitertijd voorkeuze. Veelal word dit aangegeven op je wieltje als de TV- of S stand. Grote voordeel hiervan is dat jij kan bepalen hoe snel of langzaam je sluitertijd is. Je camera bepaalt in dit geval het diafragma en de ISO voor jou. Deze stand is bijvoorbeeld erg geschikt voor actie foto’s. Een snel voorbij rijdende achtbaan kun je met de juiste sluitertijd haar scherp in beeld krijgen. De personen en het karretje zijn ondanks de snelheid bevroren.

 

Manuele stand

De manuele stand van je camera houd in dat jij alle 3 de variabelen zelf regelt. Deze stand word veelal aangegeven op het wieltje als de M stand. Deze stand heeft vele voordelen maar zijn voor beginners vaak ongeschikt. Dit komt omdat je de belichtingsdriehoek goed moet beheersen en snel moet kunnen handelen. Als je pretparken fotografeert kan het zijn dat je zomaar nét het perfecte moment mist in je pretpark foto’s terwijl je nog bezig bent met alle instellingen. Staar je daarom echt niet blind op de manuele stand. Dit komt vanzelf als je voelt dat je er klaar voor bent óf in specifieke situaties.

Lees ook: De leukste pretpark podcasts

 

Wat nu?

Belangrijk in fotografie is de basis die ik hierboven kort heb uitgelegd. Er valt natuurlijk véél meer over te vertellen. Nog belangrijker is misschien wel het oefenen in de praktijk. Ga eens lekker in de achtertuin zitten nadat je deze blog hebt gelezen en ga het proberen. Ontdek wat scherptediepte doet met je foto of de sluitertijd. Als je ziet wat een bepaalde instelling doet met je foto begrijp je ook waarom je bepaalde keuze’s moet maken om tot het gewenste eindresultaat te komen. Ik heb dit zelf ook niet in 1 dag geleerd en maak ook nu nog vaker pretpark foto’s die ‘mislukken’. Om je een beetje meer op weg te helpen zal ik een paar pretpark foto’s van mij hieronder plaatsen met een korte uitleg waarom ik bepaalde instellingen heb gekozen.

 

De instellingen van deze foto zijn:

  • Sluitertijd: 1/800
  • Diafragma: F 8.0
  • ISO: 200

Omdat Gold Rush een vrij snelle achtbaan is en ik de mensen graag haarscherp in beeld wilde moest ik kiezen voor een snelle sluitertijd. Het karretje rijd immers snel en als mijn sluitertijd te langzaam zou zijn zou het karretje en de mensen onscherp worden door de beweging. Omdat de sluitertijd zo snel is zou je zeggen dat je diafragma goed open moet staan om meer licht te vangen. Zoals je ziet is het een mooie zonnige dag en daardoor kon ik mijn diafragma op F8 laten staan. Dit was ook het scherpste punt van de lens die ik toen gebruikte. Toch kwam ik nog iets te kort en moest ik mijn iso een klein beetje opschroeven naar iso 200.

 

De instellingen van deze foto zijn:

  • Sluitertijd: 1/60
  • Diafragma: F4.1
  • ISO: 800

In de foto hierboven vertelde ik dat als je sluitertijd niet snel genoeg is bij een snelle achtbaan het karretje onscherp kan zijn. Deze foto is daar het perfecte voorbeeld van. Een sluitertijd van 1/60 is lang niet genoeg om het karretje haar scherp in beeld te krijgen. Het was een vrij donkere regenachtige dag. Dat kan je ook afleiden aan de instellingen. Een diafragma van F4.1 betekend dat ik probeerde veel licht te vangen op mijn sensor. De ISO van 800 verraad dat ik nog lang niet genoeg licht had om een goeie foto te kunnen maken. De sluitertijd is dan wel een bewuste keus geweest. Doordat het zo’n donkere regenachtige dag was leek mij een onscherp karretje i.c.m de zwart/wit bewerking de perfecte uitstraling hebben.

 

Fenix Toverland

De instelling van deze foto zijn:

  • Sluitertijd: 1/2500
  • Diafragma: F5.0
  • ISO: 200

De laatste foto die ik ga behandelen in deze blog is een foto van Fenix. Zoals je ziet zijn de blaadjes in de voorgrond scherp en is het karretje en de baan van Fenix onscherp. Dit heb ik gedaan door mijn diafragma zo ver mogelijk open te gooien. Daarna heb ik mijn focus op de voorgrond gezet en doordat de baan van Fenix zo relatief ver weg is word die heel wazig. Je zou kunnen stellen hoe verder je achtergrond is hoe waziger hij word. Iedere pretpark liefhebber herkent hier nog altijd meteen Fenix in en daarom is het wat mij betreft zeker een geslaagde pretpark foto.

 

Tot slot

Al deze theorie is natuurlijk wel leuk maar maakt nog geen goede foto daarom ga ik in deel 2 van deze blog uitleggen hoe je nu een goed standpunt kiest voor je pretpark foto’s. Wat zorgt ervoor dat jou foto interessant is en mensen onder de indruk gaan zijn ervan. Ik ben wel ontzettend benieuwd of jij hier nou iets van geleerd hebt. Heb je opmerkingen of vragen? Laat dan gerust iets achter in de reacties hieronder of in de Park Inside Facebookgroep. Ik ga mijn best doen jullie zo goed mogelijk te woord te staan.

 

Lid worden van onze Facebook groep? Klik hier!

 

 

Leave a Reply